Hoe het beste te stoken met hout in uw houtkachel?

Het is belangrijk ervoor te zorgen dat het kachel hout voor uw houtkachel droog is. Nat of vochtig hout brandt nauwelijks en de warmte verdwijnt als waterdamp uit uw schoorsteen. Het gevolg is dat er veel creosoot (roet/teer-aanslag) in uw schoorsteen ontstaat en er brandgevaar ontstaat.

Daarnaast is het nadeel van vochtig hout dat dit deze slecht branden, minder rendement leveren en meer luchtverontreiniging veroorzaken. Zorg ervoor dat uw stookhout is afgedekt tegen de regen. De wind moet goed door de houtstapel kunnen waaien. Kloof uw hout goed (polsdik) en laat de lengte afhangen van het type kachel. Het hout is te gebruiken na 1½ à 2 jaar drogen. Een goed alternatief voor kachel hout zijn briketten.

Waarom droog hout?

Reden nr. 1 We stoken hout om te kunnen profiteren van de warmte. Bij het verbranden van droog hout komt warmte vrij. Het verdampen van water uit hout tijdens de verbranding kost warmte. Stel we hebben 20 kg hout met een vochtgehalte van 50%. Dit hout gaan we zonder verdere droging op een winterse stookdag verbranden. Dan kunnen we een rekensommetje gaan maken. De verdampingswarmte van water is 2,3 MJ/kg. We hebben 10 liter water te verdampen en daarvoor dus 23 MJ aan thermische energie (warmte) nodig om het water te verdampen. De energiedichtheid van droog hout is 19 MJ/kg. We hebben dus circa 1,1 kg droog hout nodig voor de verdamping van het water. Van de energie gaat een deel in de kachel verloren. Bij een thermisch rendement van de stookinstallatie van 70% zouden we nu circa 2 kg droog hout nodig hebben. Dat is 10% van de 20 kg hout die we willen stoken en dus ook 10 % van de prijs die voor het stookhout betaald is.

Reden nr. 2 Wanneer we 2 kg hout met 50% vocht in de kachel bijleggen verdampen we 1 kg water. Deze kg vloeibaar water wordt waterdamp en zet in volume uit. Het volume van de kg water wordt 1,2 m3 bij 100 gr C en 1,5 bij een rookgastemperatuur van 200 gr.C. Deze waterdamp neemt zoveel ruimte in in de verbrandingskamer dat deze de verbrandingslucht verdringt. Het gevolg is een verbranding die slecht verloopt. De zuurstof mengt zich slecht met het houtgas en het houtgas kan onverbrand de kachel verlaten. Dergelijk houtgas bevat veel sterk ruikende en voor de schoorsteen en het milieu sterk vervuilende verbindingen.

Reden nr. 3 We proberen dusdanig te stoken dat er een mooi vlammenbeeld te zien is met vlammen en vlammentongen die een kleur hebben die hoort bij een mooie verbranding en een mooi vuur. Waterdamp koelt het brandbare gas dat uit het hout ontwijkt sterk af. Waterdamp remt de verbranding en heeft als het ware de neiging om het vuur te doven. Dat bederft het vlammenbeeld en de volledige verbranding.

Reden nr. 4 We zijn zuinig op de kachel. Waterdamp reflecteert veel infrarood warmtestraling van het vuur. Daardoor kan de temperatuur van de kachelwand ongewenst hoog oplopen. Een bemetseld kachel binnenwerk of speksteen kan hierdoor schade oplopen.

Reden nr. 5 Wanneer de temperatuur in de kachel voldoende hoog is wordt waterdamp gekraakt en valt uiteen in zuurstof en waterstof. Wanneer er door één van de bovengenoemde redenen veel roet (=vrije koolstof) wordt gevormd kan het waterstofgas nieuwe verbindingen aan gaan met de koolstof en de ongewenste koolwaterstofverbindingen zoals PAK´s vormen. Dit zijn sterk ruikende teer en creosootvormende en zelfs kankerverwekkende verbindingen

Hoe droog je stukhout?

Onder drogen wordt verstaan het door verdamping, persen of lekken uitdrijven van vloeistoffen uit hout. Stukhout welke is gekloofd uit schijven die uit een boomstam zijn gezaagd hebben een houtnerf die in de lengte van de oorspronkelijke boom loopt. Dit zijn de transportkanalen van de boom. Bij stukhout die uit wortelhout of uit vergroeiingen is gezaagd verloopt de nerf grillig. In beginsel verloopt het transport van vloeistoffen en gassen tijdens de droging het zelfde als tijdens de groeifase van de boom. Vocht treedt dus hoofdzakelijk uit aan de uiteinden van de kanalen, aan de kopse hangt van de houtnerf, de kopse kant van het stukhout uit het hout. Bij hout met een hoge dichtheid zoals beukenhout, zijn de kanalen erg nauw en verloopt het transport traag. Alleen dicht onder de bast van een stam verloopt het transport sneller.

Hout droogt niet van de zon maar van de wind ! Zonlicht dat direct op kops hout valt kan zelfs de droging sterk vertragen doordat de kanaaltjes aan de buitenkant sterk drogen, zich sterk vernauwen en zelfs afsluiten. Wanneer dat gebeurt is kan het hout alleen nog aan de schaduwzijde drogen. De kanaaltjes hebben een capillaire werking. Tijdens het droogproces verplaatst zich water onder invloed van dampdruk door de kanaaltjes naar buiten waar het water in de atmosfeer oplost. Het is belangrijk dat het kopse hout vrij ligt en de waterdamp weg kan. Voor de droging is niet direct warmte nodig. Droge vrieslucht, zoals in de wintermaanden, werkt beter bij de droging dan vochtige warme lucht in de zomermaanden.

Lucht die verzadigd is met waterdamp is zwaarder dan droge lucht. De lucht ter plaatse van de kopse kanten van stukhout zakt dus naar beneden langs de houtstapel. Deze lucht zou onderweg nauwelijks waterdamp uit lager gelegen stukhout mee nemen en het is dus zaak deze vochtige lucht snel af te voeren. Daarbij helpt ons de wind. Wanneer de wind de vochtige lucht direct bij het kopse hout afvoert is dat optimaal. In het andere geval is het zaak dat de vochtige lucht die naar beneden is gezakt op de grond kan worden afgevoerd en het onderste hout niet opnieuw bevochtigd. Daartoe wordt het hout circa 30 cm van de grond af liggend gedroogd in een open binnen- of buitenruimte waar luchtverplaatsing langs de stapel of over de grond plaatsvindt. Bij een dergelijke droogopstelling kan de droogtijd van stukhout tot zelfs 25 % van de anders gebruikelijke tijd worden verkort.

Kan stookhout ook te droog zijn om te stoken?

Ja, bij hout met een vochtgehalte onder de 10% bestaat het risico dat zich in een korte tijd meer houtgas ontwikkeld dan in de verbrandingskamer kan worden verbrandt. Een hoeveelheid houtvocht van tussen de 10 en 20% remt een te snelle vergassing van hout enigszins af.

Hoe kan je het vochtgehalte bepalen?

Dat kan op twee manieren. Door wegen en door meten. Van elke houtsoort is de volumieke dichtheid bekend of op te zoeken. Wanneer je weet hoeveel een dm3 droog hout weegt, weeg je het stuk hout. Vervolgens bepaal je het volume van het stuk hout door dit stuk in een emmer met een afgemeten hoeveelheid water onder te dompelen. Je bepaald vervolgens hoeveel liter het niveau in de emmer toeneemt. Dan weet je hoeveel een liter van het hout weegt. Daar trek je het gewicht van een droog stuk hout vanaf en weet je hoeveel gram water er in het hout zit. Een calculator geeft uitsluitsel over het percentage. Deze methode levert, mits accuraat geliterd en gewogen wordt, een zeer nauwkeurige berekening op van het vochtgehalte. Tijdens het droogproces kan het gewicht van het betreffende, in de houtstapel gemarkeerde, stuk hout regelmatig worden bepaald om de voortgang van de droging te monitoren.

Bij een tweede methode wordt gebruik gemaakt van een houtvochtmeter. Daarbij wordt door drie metingen op de vers gekloofde binnenkant van stukhout de gemiddelde meetwaarde bepaald als indicatie voor het vochtgehalte. Het is van belang om de meetpennen van de vochtmeter niet parallel met de houtnerf te plaatsen maar haaks daarop. Twee metingen worden 5 cm van beide kopse kanten en één meting wordt in het midden van het stukhout uitgevoerd.

Er zijn eenvoudige metertjes in de handel van enkele tientjes tot meters die gekalibreerd kunnen worden en keuze instellingen hebben voor verschillende typen hout. Daarbij heeft bijvoorbeeld Europees eiken een andere instelling dan Amerikaans eiken omdat de dichtheid van deze houtsoorten verschilt.

Wanneer het vochtgehalte van één houtsoort regelmatig door de stoker wordt bepaald ontwikkelt zich mettertijd een vermogen om het vochtgehalte al door handweging vrij precies in te schatten.

Het inschatten door een visuele beoordeling, zoals op basis van droogscheurtjes op de kopse kant of verkleuringen levert geen betrouwbare informatie op.

Aanmaakblokjes

Met aanmaakblokjes kunt u snel en gemakkelijk vuur aanmaken. Het beste is om de houtblokken in een piramidevorm te plaatsen boven de aanmaakblokjes. Het gebruik van aanmaakblokjes is beter voor uw houtkachel en het rookkanaal dan het gebruik van kranten omdat hier geen inkt inzit en omdat een eventuele vonkenvanger minder snel verstopt raakt. Aanmaakblokjes zijn veiliger dan het gebruik van vlambare stoffen zoals spiritus. Bij het gebruik van aanmaakblokjes vermijdt u het risico op steekvlammen en/of ontploffingen.

Erkend leerbedrijf
© 2013 - 2019 HoutkachelDirect | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel